Het Boek Amduat


Hoofdstuk 7
De zevende afdeling van de Duat (Tuat), genaamd THEPHET-ASAR

De boot van Af, de dode zonnegod
in het zevende uur.
In de scène waarin de zevende afdeling van de Duat wordt beschreven en die gedurende het zevende uur van de nacht door de Zonnegod wordt doorkruist, wordt ingeleid door drie regels tekst, die luiden:

De slang Neha-Hra wordt geketend
door Serqet en Her-tesu-f.
De grootsheid van deze grote God, neemt de “Hal van Osiris” in als zijn verblijfplaats en de grootsheid van deze God richt woorden richting de Goden die leven in de “Hal der Goden”.
Deze God voert alvorens de hal te betreden alle riten keurig uit en hij is vergevorderd op zijn weg tegen Apep, d.m.v. de woorden van macht van isis en d.m.v. de woorden van macht van de Soevereine God.
De naam van de poort van deze stad, waardoor deze God passeert is RUTI-ASAR.
De naam van de stad is THEPHET-SHETA.
De naam van dit uur van de nacht welk deze grote God inleidt is KHEFTES-HAU-HESQET-[NEHA]-HRA.

Temtith, Tenith, Nakith, Hetemtit.
In het middelste register zijn:
1. De boot van Ra, die staat onder een baldakijn gevormd door het lichaam van de slang MEHEN, de God heeft een ramskop en draagt een schijf op zijn hoofd en zijn naam AFU is twee keer vlakbij hem geschreven. (Zie afb. 1)
Voor hem staan, HEKA-SER, Saa en Isis, die haar beide armen gestrekt voor zich houdt de woorden van macht opzeggend waardoor de boot verder zal doen vorderen.
Achter de God staan, HERU-HEKEN, KA-SHU, NEHES, HU en de beschermheer van de boot.
Boven de boot staat geschreven, “Deze grote God reist in deze stad, in het pad van de “Cirkel van SAR (Osiris)”, d.m.v. het uitspreken van de woorden van macht van Isis en de woorden van macht van SER, zodat hij kan doorreizen op zijn weg naar NEHA-HRA.
Als de woorden van macht van Isis en van SER worden uitgesproken, dan zal Apep worden tegengehouden en worden opgesloten in AMENT, in de verborgen plaats van de Tuat.
Als ze worden uitgesproken op de Aarde dan zal dit evenzo geschieden.
Wie ze ook uitten moge zal één van hun op de boot van Ra gaan worden, zowel in de hemel als op de aarde.
Maar om het even wie het weet, niet deze figuren zullen weten hoe ze NEHA-HRA moeten verdrijven”.

(Links) De kist van Tem,
(Rechts) De kist van Khepera.
2. De slang NEHA-HRA, die m.b.v. zes messen aan de grond is vastgenageld (zie afb. 2)
De Godin SERQET staat met de handen om zijn nek in een wurgpositie.
De God HER-TESU-F staat bij zijn staart alwaar het een veer aan vastmaakt.
De tekst m.b.t. hem luidt:
“Hij die in deze afbeelding is, is Apep, hij omringd zijn land, dat ligt in de Tuat.
TCHAU is de naam van dit district die 440 ellen zowel in lengte als breedte meet. En zijn stem leidt de Goden naar hem.
Hij die met hem is, nadat deze grote God is gepasseerd door deze stad, stopt(?) met AFU, tegenover het land waarover hij zich een weg wil banen.
Ziet, SERQET is aan het hoofd [van APEP] en HER-TESU-F plaatst zijn dodelijke veer rond zijn voeten nadat Isis bezit heeft genomen van de woorden van macht van SER van tweevoudige sterkte [en Ra] geeft hun de woorden van macht.
Wie dit weet op aarde, zal niet één van hun zijn wiens water NEHA-HRA drinkt”.

(Links) De kist van Ra,
(Rechts) De kist van Osiris.
3. De Godin HETEMTIT, bewapend een mes. (Afb. 3)
4. De Godin NAKITH, gewapend met een mes. (Afb. 3)
5. De Godin TENIT, gewapend met een mes. (Afb. 3)
6. De Godin TEMTITH, gewapend met een mes. (Afb. 3)
Deze vier Godinnen bewaken vier rechthoekige “kisten” (Afb. 4 en 5) welke aan elk eind een mensenhoofd hebben, binnenin elke “kist” bevindt zich een zandheuvel, onder wie één van de vier vormen van Osiris is begraven.
De eerste “kist” bevat de vorm van TEM (Afb. 4) , de tweede bevat de vorm van KHEPERA, de derde bevat de vorm van Ra en de vierde bevat de vorm van Osiris.
De Godinnen worden omschreven als:
“De Godinnen die hakken op APEP in de Tuat, die de zaken van de vijanden van Ra afstoten.
Zij in dit plaatje en een mes vasthoudend, hakken elke dag Apep in de Tuat in stukken”.

(Links) Neb-Uast, (Rechts) Seth-ab (?).
7 t/m 10. De vier “kisten” van Osiris waarvan wordt gezegd: “Dit zijn de verborgen magische figuren van de Tuat, de grafheiligdommen van de verborgen hoofden.
Wanneer zij die deze regio bereikt hebben, hier arriveren, dan komen de verborgen hoofden tevoorschijn. En wanneer ze de stem van Ra gehoord hebben, dan eten ze hun eigen vormen op, nadat deze grote God hun gepasseerd is”.
De regel hiërogliefen boven het bovenste register, luidt als volgt:
“De verborgen weg van AMENT.
De grote God baant zich er, in zijn heilige boot een weg over en hij gaat over deze weg, die geen water bevat en met niemand om te slepen.
Hij baant zijn weg m.b.v. de woorden van macht van Isis en m.b.v. de woorden van macht van SEMSU(?) en de uittingen van deze grote God zelf fungeren als magische beschermers en volbrengen de slachtingen van Apep in de Tuat, in deze Cirkel in zijn windingen in de hemel.
Wie het ook zij die een kopie maakt van deze plaatjes, volgens de gelijkenissen, die zich op schrift bevinden in het noordelijke gedeelte van het verborgen paleis in de Tuat, zij zullen voor hem handelen en dat maakt ze tot magische beschermers in de hemel en op aarde.
Wie ze ook zal kennen, dan zal het zijn als de “Geesten” bij Ra”.
11. De God NEB-UAST, staand met een scepter in zijn rechterhand. (Afb. 6)
12. De Godin SETH-AB(?). (Afb. 6)

(Links) Shepes, (Midden) Ath, (Rechts) Ankhuithit.
In het bovenste register zijn:
1. De God SHEPES zittend in gemummieficeerde vorm en in zijn rechterhand een gebogen voorwerp, dat op een boemerang lijkt, vasthoudend.
2. De Godin ATH, met de kop van een leeuwin, met in haar rechterhand het symbool voor “leven” vasthoudend en een scepter in haar linker.
3. De uraeus ANKHUITHIT, met het hoofd van een vrouw.
4. Een God in menselijke vorm, gezeten op een troon en met pluimen en een uraeus op zijn hoofd, met “leven” in zijn rechterhand en een scepter in zijn linker, deze God heet AFU-ASAR (Afb. 8) en hij zit onder een baldakijn die wordt gevormd door het lichaam van de monsterslang genaamd ANKH-ARU-TCHEFAU-ANKH-ARU.

(Links) Afu-Asar onder de slang Mehen,
(Rechts) De onthoofding van de vijanden van Osiris.
De tekst m.b.t. de eerste drie Goden luidt:
“De grootsheid van deze grote en heilige God zegt, staat u mij toe om voort te gaan op het pad van uw speeksel(?) en van uw keel en laat mij het woord uiten dat is bedoeld voor ANKHIT en laat mij uw kronkels openen, want ik ben gekomen om de duisternis te verlichten en om hem te omhelzen, die in MEHEN is”.
De tekst m.b.t. AFU-ASAR luidt als volgt:
“Deze God zei tot Osiris, die woont in de slang Mehen, wees gegroet Osiris, gouverneur van de Tuat, gij heer van het leven, gij heerser van AMENTET, opdat gij leeft, leeft uw leven, gij hebt magische krachten en gij zult overwinnen door door magische krachten in dit land.
Gij zult diegenen loven die zich in uw gevolg bevinden met hun aankomst voor u.
Uw vijanden zijn onder uw voeten, gij hebt de heerschappij verworven over hun die u hebben tegengewerkt.
De vlammen van vuur zijn tegen hun, hij verbrandt ze met zijn vlammende mes, hij hakt ze in stukken en hakt ze fijn met zijn slagersmes en hij rekende op zijn leden elke dag.
O laat mij over u in vrede passeren”.

Anku de vijanden van Osiris vastbindend.

(Links) Sa-Tathenen. (Rechts) De slang Afu-Tem.
5. Drie knielende figuren zonder hoofd, met hun handen op hun rug gebonden. (Afb. 8) zij stellen de vijanden van Osiris voor.
Achter hun staat een woeste, met de kop van een kat (of van een lynx) God, die in de ene hand een grote puntige paal vasthoudt en in de ander zwaait met een groot mes.
6. Drie vijanden van Osiris, liggend op hun rug.
Om de rechterarm is bij een ieder een touw gebonden en het andere uiteinde van de drie touwen is in de handen van de God ANKU.
De passage die hiernaar verwijst, luidt als volgt:
“De grootsheid van deze God zegt: O gij geesten die vijandig tegenover Osiris zijn, die in opstand tegen de gouverneur van de Tuat zijn gekomen, jullie handen en armen zijn geboeid en gij zijt vastgebonden strak met ketenen en jullie zielen staan onder bewaking en jullie schaduwen zijn in stukken gehakt, ANKU heeft de boeien zo strak getrokken, zodat gij nooit in staat zult zijn om te ontsnappen aan zijn belemmering”.

Heilige zielen van het zevende uur.
7. Drie bebaarde haviken met menselijke gezicht, met dragend op hun hoofd de dubbele kroon van het Zuiden en het Noorden.
De eerste is genaamd SA-TATHENEN (Afb. 10) , de naam van de tweede ontbreekt en de derde heet MAM(?) of Maat.
8. Een grote slang, die op zijn rug een God in zittende positie draagt, de God heet AFU-TEM en de overblijfselen van de tekst die naar hem verwijst zeggen dat hij vlammen schiet naar diegenen die rebelleren tegen Osiris en dat hij de zielen eet van de vijanden van de God.

Heru-her-khent-f.
In het onderste register zijn:
De God HERU-HER-KHENT-F, gezeten op een troon, zoals zijn naam al doet vermoeden.
Hij heeft een havikskop en draagt de zonneschijf omringd door een slang, in zijn rechterhand bevindt zich het symbool voor “leven” en in zijn linker bevindt zich een scepter. De andere vormen van zijn naam zijn ### en ###.
Van deze God wordt gezegd:
“Het werk van dit figuur, in dit plaatje is in de Tuat en het is aan hem om de sterren op hun weg te sturen en om hun uren te maken op hun weg in de Tuat”.
De sterren worden verpersoonlijkt door de Goden, twaalf in getal, elk staand met een ster op zijn hoofd.
De namen van deze Goden zijn:

Ur-kert. Kekhert. Neb-khert-ta. Tuati. Hiat. Hi-khu-. . .
1. UR-KERT.
2. KEKHERT (?).
3. NEB-KHERT-TA.
4. TUATI.
5. HIAT.
6. HI-KHU-. . . ..
7. EMTA-A. (Afb. 14)
8. TESER-A.
9. EMMA-A.
10. SEM-NES-F.
11. TESEM-EM-MAAT-F.
12. SEQER-TEPU.

Emta-a, Teser-a, Emma-a, Sem-nes-f,
Tesem-em-maat-f, Seqer-tepu.
De tekst m.b.t. deze Goden luidt als volgt:
“De grootsheid van Horus van de Tuat zegt tegen deze fonkelende Goden: O gij die rechtschapen is in uw hoedanigheid, wiens magische krachten tot leven zijn gekomen voor u, verenigd zijn met uw sterren die elke dag voor Ra in de Tuat aan de horizon opstijgen.
O weest gij in zijn gevolg en laat je sterren zijn handen leiden, zodat hij in vrede zijn tocht door het prachtige AMENT kan maken.
En O gij Goden die opstaan, die in ons land wonen, laat uw sterren oplichten in de hemel zodat ik me kan verenigen met de meester van de horizon”.

Godinnen van de Uren.
De twaalf Godinnen van de Uren, die naar rechts kijken en met elk een ster op haar hoofd.
Hun namen zijn:
1. HEKENNUTHETH.
2. NEBT-EN-. . . .
3. NEBT-NEBT.
4. TUATHETH

Godinnen van de Uren.
5. AMENTET-ERMEN.
6. [Naam gewist.]
7. ANITH.
8. AUNITH.

Godinnen van de Uren.
9. TAIT.
10. ARIT-KHU.
11. ARIT-ARU.
12. UAAT-TESTES.
De tekst m.b.t. de Godinnen van de Uren luidt als volgt:
“De grootsheid van HERU-TUAT sprak tegen de “Uren” die in deze stad zijn: O gij Uren die de macht van het “totstandkoming” hebben, O gij Uren die begiftigd zijn met sterren, O gij Uren die Ra wreken, vecht namens hem die aan de horizon is en neemt gij uw vormen (of attributen) en draagt gij uw symbolen en tilt gij uw hoofden op en leidt deze God Ra, die aan de horizon is in vrede in het prachtige AMENT”.
De tekst gaat verder met te zeggen: “Aanschouw de Goden en Godinnen die deze grote God leiden langs de verborgen weg van deze stad”.

De krokodil Ab-sha-am-Tuat.
Voor de “Uren” bevindt zich een enorme krokodil genaamd AB-SHA-AM-TUAT, die wordt beschreven als “Osiris, het Oog van Ra”.
De krokodil staat op een lange grafheuvel, waar aan het uiteinde, direct onder de kop van de krokodil een bebaard menselijk hoofd verschijnt, d.w.z. “het hoofd van Osiris”.
M.b.t. de krokodil zegt de tekst: “Hij die zich in dit plaatje bevindt is AB-SHAU en hij is de bewaker van de symbolen van deze stad.
Toen hij de stem van [de boot] van Ra hoorde, die gericht is aan het oog dat zich in zijn wang(?) bevindt.
Het hoofd dat zich in zijn domein bevindt komt tevoorschijn en dan eet het zijn eigen vorm nadat deze grote God is gepasseerd.
Al wie dit weet, AB-SHAU zal zijn ziel niet verslinden”.
Disclaimer: Aangezien deze vertaling is gemaakt van een vertaling daterend uit 1905 van dhr. E. A. Wallis Budge, welke in het oud-Engels is geschreven, kan ik niet garanderen dat alles 100 procent juist is vertaald en tevens niet garanderen dat hij alles goed heeft vertaald.
U zult dan ook af en toe een begrip in het Engels aantreffen waarvoor ik geen zinnige vertaling kon bedenken.
Navraag bij een Dr. in de egyptologie levert de bevestiging op dat de transcripties van Wallis Budge niet geheel correct zijn en dus fouten bevatten.
Met vriendelijke groeten,
André de Ruiter