Maatkare Mutemhat


Maatkare (Mutemhat) was een oude Egyptische hogepriesteres, een Godsvrouw van Amon tijdens de 21e dynastie.
Ze was de dochter van de hogepriester van Amon, Pinedjem I, die vanaf 1070 v. Chr. de facto heerser was over Zuid-Egypte en zichzelf vervolgens in 1054 v. Chr. tot farao uitriep.
Haar moeder was Duathathor-Henuttawy, een dochter van Ramses XI, de laatste heerser van de 20e dynastie.
Maatkare kreeg de titel ‘Goddelijke Aanbidster’, Godsvrouw van Amon tijdens de regering van haar vader; zij was de eerste Godsvrouw die een praenomen aannam, wat vroeger het voorrecht van farao’s was.
Haar broers en zussen bekleedden ook belangrijke posities, een broer van haar werd farao, een zus koningin en drie broers droegen achtereenvolgens de titel Hogepriester van Amon.
Ze werd als Godsvrouw opgevolgd door haar nicht Henuttawy D, de dochter van haar broer, hogepriester Menkheperre.
Er zijn meerdere afbeeldingen van haar bekend, ze werd afgebeeld als jong meisje in de tempel van Luxor, samen met haar zussen Henuttawy B en Mutnedjmet, ook werd ze afgebeeld als hogepriesteres op de gevel van de tempel van Khonsu in Karnak en op een standbeeld dat zich nu in Marseille bevindt.
Maatkare Mutemhat afgebeeld in haar Dodenboek.
(Bron: Stefanantonius, (Wikipedia))

Maatkaret
Mȝˁ.t-kȝ-Rˁ

Haar oorspronkelijke begraafplaats is onbekend, haar mummie werd gevonden in de DB320-cache, samen met haar doodskisten, shawabti’s en andere mummies van haar directe familie.
Een kleine mummie, waarvan men aanvankelijk dacht dat het een kind van haar was, bleek later die van een aap te zijn.
(Godsvrouwen werden geacht celibatair te zijn.)
Maatkare Mutemhat aan de voet van het kolossale standbeeld van Pinudjem I in Karnak.
(Bron: Hedwig Storch (Wikipedia))

Mummie van Maatkare, gevonden in cache DB320 in Deir el-Bahari.
(Bron: G. Elliott Smith (1871-1937), Caïro Museum)
