Sitre


Sitre (“Dochter van Re”) of Tia-Sitre, was de grote koninklijke echtgenote van farao Ramses I van Egypte en de moeder van Seti I.
Er is enige discussie over de identiteit van Ramses’ vrouw en Seti’s moeder.
Sitre wordt samen met Ramses I en Seti afgebeeld in Seti’s tempel in Abydos, waar ze de Moeder van de Koning wordt genoemd.
Ze wordt zowel in Seti’s tempel als in Seti’s tombe (waar men haar zou verwachten als Koningsmoeder) de Grote Vrouw van de Koning genoemd.
Sitres tombe, die qua stijl uit deze periode kan worden gedateerd, vermeldt de eigenaar echter als een Koningsmoeder.
Tekening van Sitre, uit haar Thebaanse graf QV38.
(Auteur: Flinders Petrie (1853-1942) (A History of Egypt, III))

Sitre
Sȝ.t-Rˁ

De stèle uit het jaar 400, gevonden in Tanis en gedateerd uit de regeerperiode van Sitres kleinzoon Ramses II, beschrijft Seti als de zoon van Paramessu (de naam van Ramses I voordat hij farao werd) en Tia.
Ook Seti’s dochter heette Tia.
Aangenomen kan worden dat Tia en Sitre dezelfde persoon zijn en dat ze haar naam veranderde toen haar man farao werd, net zoals hij zijn naam veranderde van Paramessu naar Ramses.
Het feit dat een van de dochters van Ramses II Tia-Sitre heette, maakt dit nog waarschijnlijker.
Het ontbreken van de titel Koningsdochter voor haar geeft aan dat Sitre van niet-koninklijke afkomst was.
Ze bezat wel een groot aantal titels.
Ze was een Erfprinses (iryt-p`t), een Grote Koningsmoeder (mwt-niswt-wrt), ook beschreven als een Godenmoeder (mwt-ntr).
Haar koninklijke titels waren onder andere Vrouwe van de Twee Landen (nbt-t3wy), Echtgenote van de Koning (hmt-nisw), Grote Koningsvrouw, zijn geliefde (hmt-niswt-wrt meryt.f) en Meesteres van Boven- en Beneden-Egypte (hnwt-Shm’w-mhw).
Ze droeg ook de titel van Godsvrouw (hmt-ntr).
Een tekening van de beroemde “Stèle van Vierhonderd Jaar“, of “400 Jaar stèle“.
De stele werd opgericht in het jaar 34 van Ramses II ter ere van de god Seth van Avaris, hier geciteerd als een koning (Opehtiset Nubti, rij 7) die 400 jaar eerder leefde.
Ook andere koningen worden genoemd (Ramses II: boven, en rijen 1, 3, 4; Seti I: rij 6). Gevonden in Tanis.
(Bron: E. A. Wallis Budge (1857-1934), A History of Egypt, vol III (1902))

Indien u meer informatie wilt hebben over deze stèle dan kunt u dit vinden op de pagina over Ramses II, klik dan hier.
Ontwerp van een muurschildering.
Uit de eerste kamer van het graf van koningin Sitre (QV38).
(Bron: Archivio fotografico Museo Egizio, Turin, nr. C01894)

Ze werd begraven in een graftombe in de Vallei der Koninginnen QV38.
De tombe werd al beschreven door Karl Richard Lepsius (graftombe 13) en John Gardner Wilkinson (graftombe 19).
De tombe is mogelijk in opdracht van haar zoon Seti I gebouwd, dit zou de reden zijn waarom ze in haar tombe een koningsmoeder wordt genoemd.
De decoratie was onvoltooid en bestond slechts uit lijntekeningen.
In Porter en Moss wordt een beschrijving gegeven van de scènes die in de tombe zijn geschetst.
De decoraties omvatten afbeeldingen van Imsety, Duamutef, Anubis, Maat, Ir-renef-djesef, Nephthys, Serket, een aap en twee bavianen in een kiosk.
Koningin Sitre wordt verder zittend voor een naos afgebeeld.
Een andere scène toont een god met een leeuwenkop, gevolgd door Maat.
Verdere scènes omvatten een kiosk met een god met een kattenkop en Anubis, Hapi, Qebehsenuef, Horus-Irbakef, Thoth, Isis, Neith, Horus en een kiosk met Moet als gier, een god met een vogelkop en een god met een vol gezicht.
Er zijn twee boten te zien, met daaronder drie goden.
Weergave van QV38.
(Bron: Theban mapping project)
